Proef landbouwvoertuigen op de provinciale weg?

Wijk bij Duurstede, 31 augustus 2017. Op 5 augustus stelde de VVD schriftelijke vragen over “Proef landbouwvoertuigen op de provinciale weg” die op 29 augustus door de verantwoordelijk wethouder werden beantwoord en sinds 31 augustus zijn te lezen op de website van de gemeente.

Inleiding

De wethouder schrijft: "Graag attenderen wij de vraagsteller erop dat het in dit geval om een verzoek tot een proef gaat. De proef zal gaan over twee trajecten; over de N229 tussen Wijk bij Duurstede en Cothen en over de N227 tussen Cothen en Doorn. In deze inleiding hopen wij eerst een context te kunnen neerleggen waaruit het college het verzoek heeft ingediend.

Het verzoek is ten eerste gedaan op basis van het toenemende onveiligheidsgevoel zoals dat bij diverse groepen weggebruikers leeft. Zo hebben diverse fietsers (op individuele basis), fietsorganisaties (Fietsersbond, Utrechts Fietsoverleg) en scholen (middelbare scholen in de omgeving) aangegeven dat het voor jongere en oudere fietsers steeds gevaarlijker wordt om naast steeds groter wordende en harder rijdende landbouwvoertuigen te rijden.

Ook vanuit inwoners uit Cothen en Langbroek krijgen wij met regelmaat veel vragen/verzoeken over landbouwverkeer. Zo is het college regelmatig aangesproken door onder andere het Dorpsplatform Langbroek en kwam dit destijds ook terug bij de gesprekken met de werkgroep Dorpsstraat Cothen.

Tot slot is deze kwestie ook reeds enige tijd onderwerp van gesprek in overleggen zoals het college deze voert met vertegenwoordigers van de lokale LTO-afdeling en Cumela.

Ten tweede is het verzoek nu ingediend omdat de Provincie op dit moment mobiliteitsonderzoeken doet en kijkt welke aanpak er nodig is voor de N229 en N227. Hoewel er op diverse plaatsen in de provincie tractoren wel al op de provinciale weg rijden (waar de maximale snelheid in enkele gevallen overigens op tachtig ligt), is het beleid er nog steeds op gericht tractoren op een parallelweg te laten rijden.

In het begin van dit jaar is uit een, in opdracht van de provincie en in samenwerking met Cumela, de LTO en de gemeente, uitgevoerd onderzoek door Haskoning/DHV gebleken dat de combinatie van landbouwvoertuigen en fietsers op de smalle parallelwegen niet wenselijk is en dat er naar maatwerkoplossingen gezocht moet worden. Zodra alle resultaten van dit onderzoek bekend zijn, zullen wij u deze doen toekomen.

Samen met de betrokken partijen concludeerde het college dat dit onderzoek enigszins theoretisch van aard was. Daarbij zullen de eventuele maatwerkoplossingen nog enkele jaren op zich laten wachten. Hoewel alle betrokken partijen doordrongen zijn van haken en ogen, hebben wij toch gezamenlijk het verzoek bij de Provincie neergelegd voor een proef met landbouwvoertuigen op de hoofdrijbaan. Vanuit het college nemen wij hierin de stelling dat het voorkomen van ongelukken voor de meest kwetsbare weggebruikers van groot belang is, maar dat het altijd een afweging is van verschillende factoren. Om al de voor- en nadelen goed op een rij te krijgen is wat ons, en de andere betrokken partijen, betreft een goede, praktische, pilot nodig.

Vraag 1

Welke (statistische) gegevens en aantoonbare andere argumenten liggen er onder de bewering van het college dat de combinatie van fietsers en landbouwverkeer zorgen voor gevaarlijke situaties?

  • Antwoord: Het verzoek aan de provincie is niet gedaan op grond van statistische gegevens en/of statistisch aantoonbare argumenten, behalve dat tractoren de laatste jaren steeds groter en sneller worden, waardoor zij een beduidend andere verkeersdeelnemer aan het worden is.

Vraag 2

Kan het college een overzicht geven van het aantal ongevallen in de provincie Utrecht tussen fietsers en landbouwvoertuigen over de afgelopen 2 jaar?

  • Antwoord: In de periode van 1 januari 2015 t/m 31 december 2016 zijn er 47 ongevallen geregistreerd waarbij landbouwvoertuigen betrokken zijn geweest. Bij 28 hiervan waren (vracht-)auto’s en motoren betrokken, waarbij bij de automobilisten 2 slachtoffers vielen. Bij 9 ongevallen waren fietsers en bromfietsers betrokken waarbij 9 slachtoffers vielen, waarvan 1 dodelijk.

Vraag 3

In hoeverre heeft het college zicht op het rijgedrag van de bestuurders van het landbouwverkeer?

  • Antwoord: Wij ontvangen regelmatig melding over het minder sociale rijgedrag van met name jongere bestuurders op voertuigen van loonwerkersbedrijven. Hierbij horen meldingen als te hard rijden, met de telefoon bezig zijn en geen ruimte geven.

Vraag 4

Wat heeft het college de afgelopen jaren voor inspanningen geleverd om het rijgedrag van de bestuurders van het landbouwverkeer positief te beïnvloeden teneinde fietsers te beschermen?

  • Antwoord: Wij hebben regelmatig overleg met Cumela, de belangenbehartiger van de loonwerkersbedrijven. De klachten over het gedrag van bestuurders van landbouwvoertuigen worden ook met Cumela besproken. Cumela maakt zich hard en zet zich in voor verkeersveilig gedrag binnen de sector. Hiervoor organiseren zij regelmatig cursussen en trainingen.

Vraag 5

Hoeveel bekeuringen zijn er binnen onze gemeente geschreven door de politie/de BOA vanwege gevaarlijk rijgedrag veroorzaakt door bestuurders van landbouwvoertuigen?

  • Antwoord: Deze cijfers zijn helaas niet op korte termijn boven tafel te krijgen. De politie houdt hier zelf geen cijfers van bij.

Vraag 6

Is er onderzoek gedaan naar de consequenties en gevaren bij het toestaan van landbouwverkeer op de provinciale wegen N227 en N229 en/of het terugbrengen van de maximum snelheid naar 60?

  • Antwoord: Hier is geen uitgebreid onderzoek naar gedaan. Dat er haken en ogen aan een permanente overgang van tractoren naar de provinciale weg zitten, realiseren wij ons ook. Maar om alle voor- en nadelen goed op een rij te krijgen, willen we ook een proef doen. Wij hopen hier in gesprek met de provincie uit te komen. Uit de ons ter beschikking staande ongevalsgegevens is geen uitspraak te doen over het risico van de landbouwvoertuigen op de hoofdrijbaan. Op wegen waar de landbouwvoertuigen al op de hoofdrijbaan rijden zijn niet meer ongevallen met landbouwvoertuigen geregistreerd dan op wegen met parallelwegen.

Vraag 7

Heeft het college zijn licht opgedaan elders in de regio of in het land en is men daar ook met hetzelfde onderwerp bezig is? Zo ja, wat zijn hier de resultaten van onderzoek en/of ervaringen?

  • Antwoord: Landelijk is de plaats van op de weg van landbouwvoertuigen onderwerp van discussie. De SWOV, Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, heeft zich hier ook mee bezig gehouden. De conclusie die door de SWOV getrokken wordt is dat landbouwverkeer op parallelwegen ook nadelen heeft voor de verkeersveiligheid, met name door de snelheidsverschillen en grote verschillen in massa. Om die reden zou het beter zijn landbouwverkeer en fietsers te scheiden".

Lees ook: 

Gratis nieuwsbrief

Aanmelden of afmelden

De nieuwsbrief wordt dagelijks na 18.00 uur gemaild.
captcha