Wijk bij Duurstede, 4 augustus 2018. Op 9 juli stelde Wijknu raadsvragen over de Omgevingswet die op 24 juli door wethouder Marchal werden beantwoord en sinds 27 juli zijn te lezen op de website van de gemeente.

Vragen en antwoorden

  1. Erkent u als college dat, na het inwerkingstellen van de Omgevingswet, de beslissingsbevoegdheid op aanvragen van omgevingsvergunningen geheel bij het college van B&W ligt en dat daarmee de inspraak van de raad vervallen is?
    • Antwoord: Nee, de inspraak van de gemeenteraad komt bij aanvragen van omgevingsvergunningen niet te vervallen. De raad behoudt een adviesrecht. De beslissingsbevoegdheid op aanvragen van omgevingsvergunningen in de Omgevingswet komt in beginsel wel alleen bij het college van B&W te liggen. Overigens blijft de raad bevoegd gezag bij 2 kerninstrumenten van de Omgevingswet: de omgevingsvisie waarin het ruimtelijk beleid wordt vastgelegd én de juridische vertaling in het omgevingsplan. In de huidige situatie is het college van B&W in beginsel ook het bevoegd gezag bij omgevingsvergunningaanvragen. Bij een projectbesluit (omgevingsvergunning met uitgebreide procedure) is een verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) van de gemeenteraad vereist, tenzij de gemeenteraad heeft besloten dat voor bepaalde gevallen geen vvgb nodig is. Als de gemeenteraad weigert om een vvgb af te geven, dan dient het college de omgevingsvergunning te weigeren. Onder de Omgevingswet komt de vvgb te vervallen. Met de Invoeringswet Omgevingswet en het Invoeringsbesluit Omgevingswet stelt het ministerie van BZK voor aan de gemeenteraad het adviesrecht toe te kennen op de door het college van burgemeester en wethouders verleende adviezen met instemming. De voorstellen voor de Invoeringswet worden de komende periode door de Tweede en Eerste Kamer besproken. Beoogd is om in dit besluit te regelen, dat de gemeenteraad is aangewezen als adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zogenoemde buitenplanse afwijkingen van een omgevingsplan. Het gaat daarbij om afwijkingen die niet in het omgevingsplan zijn voorzien en waarvoor de omgevingsvergunning niet kan worden verleend met toepassing van de beoordelingsregels die in het omgevingsplan zelf zijn opgenomen.
  2. Waar is het geld (een totaalbedrag van € 320.000,00) op gebaseerd en waaraan wordt dit bedrag besteed dat in de kadernota (Programma 3 – Ruimtelijk domein, Lopende ontwikkelingen Omgevingswet), wordt gevraagd als nu nog niet duidelijk is welke keuze de raad maakt?
    • Antwoord: Het totaalbedrag van 320.000 euro is gebaseerd op de gereserveerde bedragen vanuit het coalitieakkoord. Dit bedrag is nog een voorzichtige inschatting. Wij gaan (met hulp van bureau Tonnaer) aan de slag om mede aan de hand van de ambitie van de raad (waarvoor nog een sessie op 4 september a.s. in de raad wordt gehouden) een implementatieplan te maken met daarbij een inschatting van de te reserveren bedragen. Het plan zal aan het eind van het jaar ter vaststelling aan de raad worden aangeboden. Het benodigde bedrag kan de raad dan vervolgens opnemen in de kadernota 2020-2023.
  3. Welke beleidsnotities op Omgevingswet overlappende terreinen, zijn of worden door het college in voorbereiding genomen?
    • Antwoord: Wat betreft het implementatieplan zullen wij ons in ieder geval baseren op een inventarisatie van de bestaande ruimtelijke visies (als Omgevingsvisie Kromme Rijngebied, Visie Binnenstad), een inventarisatie van alle geldende verordeningen en bestemmingsplannen die straks in omgevingsplannen moeten, Toekomstblik, het coalitieakkoord, Wijkse organisatievisie en een aantal visies op gebied van burgerparticipatie en informatisering.
  4. Worden er tijdens de presentatie op 4 september 2018 vier of minder opties als keuze aan de raad voorgelegd en zijn al deze opties voorzien van doorrekeningen, tijdspaden en consequenties voor eerdere genomen beslissingen (zie vraag 3)?
    • Antwoord: Nee, voor het voorleggen van doorrekeningen, tijdspaden en consequenties is het op 4 september nog te vroeg. Daarnaast is het onmogelijk een gedetailleerd financieel overzicht te geven. Wel zullen wij met hulp van bureau Tonnaer u op een interactieve wijze een aantal richtinggevende uitspraken vragen op gebied van onder andere participatie, bestuurlijke afwegingsruimte, flexibiliteit en rechtszekerheid. Op basis hiervan kan het bureau een inschatting maken van de kosten, welke worden opgenomen in het implementatieplan en later in een voorbespreking met uw raad wordt doorgenomen.
  5. Gezien de tijdspanne die gepaard gaat met de huidige woonvisie en omgevingsvisie, is de wethouder dan niet bevreesd voor het totale tijdspad voor invoering van de Omgevingswet in 2024 of heeft hij daar creatieve oplossingen voor? Dit na de opmerking van de wethouder op 19 juni jl. dat de woonvisie voor revisie in aanmerking komt.
    • Antwoord: Nee, er is namelijk wettelijk een transitieperiode ingesteld. Wij hebben als gemeente tot 1 januari 2024 de tijd om een omgevingsvisie voor het gehele grondgebied vast te stellen en zelfs tot 1 januari 2029 om één omgevingsplan voor het gehele grondgebied vast te stellen.

Gratis nieuwsbrief

Aanmelden of afmelden

De nieuwsbrief wordt dagelijks na 18.00 uur gemaild.
captcha