Wijk bij Duurstede, 13 juli 2018. Op 25 juni stelde D66 schriftelijke vragen over cameratoezicht die op 10 juli door burgemeester Poppens werden beantwoord.

Vragen en antwoorden

  1. Aan welke vormen van ‘overig cameratoezicht’ denkt het college?
    • Antwoord: In het coalitieakkoord is opgenomen dat cameratoezicht kan bijdragen aan het behouden van het huidige veiligheidsniveau en om die reden in het nieuw op te stellen Integraal Veiligheidsplan (IVP) wordt opgenomen. Op dit moment wordt gewerkt aan het nieuwe IVP 2019-2022 en dus aan de afweging welke vorm van cameratoezicht het meest effectief is.
  2. Is hiervoor een data protection assessment (DPIA) noodzakelijk?
  3. Is het college bereid om, alvorens een definitief besluit over de inzet van camera’s te (laten) nemen, een data protection assessment te laten uitvoeren en de resultaten hiervan te delen met de gemeenteraad?
    • Antwoord: Het toepassen van cameratoezicht vraagt om een zorgvuldige afweging. Zo dient gekeken te worden of cameratoezicht proportioneel en subsidiair is. Verder is een onderbouwing nodig op basis van incidenten, capaciteit, investering en (maatschappelijke) noodzaak. Cameratoezicht mag alleen worden ingezet op openbare plaatsen als dit nodig is voor de handhaving van de openbare orde en om strafbare feiten op te sporen. In artikel 151c van de Gemeentewet is vastgelegd aan welke privacy normen cameratoezicht op openbare plaatsen moet voldoen. Afhankelijk van type cameratoezicht kan het zijn dat hiervoor een DPIA wordt uitgevoerd.
  4. Is het college binnen het duaal stelsel bevoegd te beslissen over de inzet van camera’s of gaat het hier om een raadsbevoegdheid? Kan het college met inbegrip van juridische aspecten toelichten -gegeven het duale stelsel en gescheiden bestuursbevoegdheid/verordenende-kaderstellende-budgetbevoegdheid van resp. college en gemeenteraad- welk bestuursorgaan uiteindelijk bevoegd is om te beslissen over de inzet van camera’s?
    • Antwoord: De besluitvorming over het al dan niet inzetten van publiek cameratoezicht ligt bij de gemeenteraad en de burgemeester. In artikel 2:77 van de APV is bepaald dat de burgemeester bevoegd is (op basis van artikel 151c van de Gemeentewet) ‘te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats’. De gemeenteraad wijst deze openbare plaats(en) aan. In het traject richting het IVP zullen we uw raad meenemen met betrekking tot de mogelijkheden van verschillende vormen van cameratoezicht.

Gratis nieuwsbrief

Aanmelden of afmelden

De nieuwsbrief wordt dagelijks na 18.00 uur gemaild.
captcha