Wijk bij Duurstede, 19 april 2018. De antwoorden van de gemeente op de vragen die de redactie op 9 april over hetzelfde onderwerp stelde waren niet geheel duidelijk. Donderdag 12 april stelde de redactie ter verduidelijking vervolgvragen en vanmiddag werden de antwoorden ontvangen.

Vragen en antwoorden

Het college heeft in antwoord op eerdere vragen in mei 2016 aangegeven dat in de periode 2016-2020 de in de woningbouwprogramma van de gemeente voorziene 35% sociale woningbouw wordt gehaald. Wij hebben n.a.v. de antwoorden nog vervolgvragen over dit onderwerp:

  1. Kan gesteld worden dat het college alleen "extra" sociale woningen realiseert wanneer er sprake is van meer dan het wettelijk toegewezen aantal vergunninghouders?
    • Nee, dat is niet het geval. Dat zou namelijk betekenen dat de gemeente niets doet aan sociale woningbouw. En dat is verre van waar. In de specifieke situatie van 2016 en 2017 waarin de vluchtelingenproblematiek dermate groot was en de taakstelling van het Rijk enorm hoog, is besloten dat er een specifieke aanpak noodzakelijk was omdat de impact voor de bestaande voorraad sociale woningen te groot werd bevonden. Deze unieke situatie vroeg om een specifieke oplossing. Het college heeft hierbij een dubbele slag proberen te slaan, door ook het probleem van flexibele woningen (voor jongeren en voor vraag vanuit zorg) mee te nemen. Wij herhalen tevens de opmerking dat woningbouw een zorg is voor de gemeente, maar dat het bouwen van woningen iets is voor woningbouworganisaties en ontwikkelaars. De gemeente heeft een faciliterende rol bij processen. Deze is al volop opgepakt. Dat hebben wij bij de beantwoording van eerdere vragen proberen duidelijk te maken.
  2. Waarom is de aankoop van 10 koopwoningen zoals voorzien in de plannen niet gerealiseerd?
    • Zoals al uitgelegd bij de beantwoording van eerder gestelde vragen; de aankoop van 10 woningen was bedoeld voor de opvang van de te verwachten extra stroom van statushouders en de vergrote taakstelling van het Rijk. Er werd uitgegaan van 10 woningen. In de jaren hiervoor woonden er gemiddeld 2,6 personen per huishouden in een woning. Met de destijds bekende cijfers mbt de taakstelling kwamen we uit op 10 woningen. Door in te zetten op huisvesting van grotere gezinnen is de gemiddelde woningbezetting vele malen groter en voldeed de aankoop van 5 woningen.
  3. Kan gesteld worden dat het halen van de 35% sociale woningbouw onvoldoende is om de wachtlijsten te doen slinken?
    • Dat is lastig te zeggen. Natuurlijk heeft het bouwen van gemiddelde 35% sociale woningen in het bouwprogramma een positieve invloed op de wachtlijst. Hiermee wordt het aanbod van woningen vergroot. De vraag naar sociale woningbouw is echter afhankelijk van vele andere factoren.
    • Om de wachtlijsten echt te laten slinken moeten er wel meer sociale huurwoningen komen. Daar kunnen/moeten de woningbouworganisaties of commerciële verhuurders/ontwikkelaars voor zorgen. Commerciële verhuurders zijn de laatste jaren niet geïnteresseerd geweest in het verhuren van woningen in de sociale sector. Door twee redenen konden lokale woningbouworganisaties de laatste jaren ook minder investeren.
    • Ten eerste moet de gemeente vooral inbreiden en dan gaat het vaak over projecten met hoge kosten, waarbij het voor woningbouworganisaties de woningen te duur werden. Ten tweede konden/mochten de beide woningbouworganisaties door de veranderende wetgeving van minister Blok (bijna) niet investeren. Viveste (voorheen Volksbelang) moest van de Woonautoriteit eerst woningen verkopen en mocht geen nieuwe projecten opstarten. WS Cothen moest hun plan voor sociale woningen op het oude Beatrix-terrein laten varen omdat er geen duurdere huurwoningen (in de vrije sector) mochten komen. Voor beide organisaties is er de laatste maanden veel veranderd, waardoor zij de komende jaren weer kunnen kijken naar nieuwe projecten.
    • Een andere zorgpunt die de vraag naar sociale woningen bepaald is de regionale woningmarkt. Het lokale toewijzingssysteem is onderdeel van een regionale systeem (Woningnet). De regio Utrecht is een van de populairste regio’s van het land. Dat zorgt voor een sterk toenemende vraag. De druk op de sociale woningbouw is in deze regio erg hoog. Ook hier merken gemeenten dat veel woningbouworganisaties de laatste jaren niet/minder geïnvesteerd hebben dankzij de nieuwe regelgeving. Vandaar dat er binnen de provincie en binnen samenwerkingsverband U10 flink op ingezet wordt om de voorraad sociale huurwoningen flink te vergroten. Daar lopen op dit moment diverse onderzoeken voor. Een ander punt dat de wachtlijsten en toewijzing bepaald zijn maatschappelijke veranderingen. Zo werken diverse veranderingen in de zorg door op de vraag naar sociale woningbouw. (bv; de wettelijke regeling voor opvang van mensen die uit de GGZ komen, of het feit dat ouderen langer thuis moeten worden, urgentieaanvragen vanuit zorg). Ook heeft de economische crisis, en de daarbij horende bouwcrisis, een rol gespeeld op vraag en aanbod van sociale woningen. Ten eerste door de bouw van minder woningen. Dat zorgde voor een vertraging van de sociale woningbouw naar koopwoningen, maar ook voor bijvoorbeeld meer aanvragen van urgenties door diverse economische omstandigheden.
  4. Is het college tevreden met de huidige wachttijd voor een sociale woning?
    • Nee. Vooral de wachttijd voor jongeren is te lang. Iemand die jonger is dan 23 jaar heeft bijna geen kans op een woning. Ouderen hebben relatief een korte wachttijd. Wel is het zo dat per type woning de wachttijd nogal varieert.
  5. Zo nee hoelang is de gewenste wachttijd voor een sociale woning?
    • Er is geen concrete ‘gewenste wachttijd’ benoemd. De inzet is vooral om het aanbod aan huurwoningen te verhogen en wachttijden zo laag mogelijk te houden.
  6.  Hoe denkt het college de huidige wachttijd op een sociale woning te verkorten?
    • Vanuit de faciliterende rol probeert de gemeente partijen de ruimte te geven om meer sociale woningen te bouwen. Daarvoor hebben we de afgelopen jaren en maanden vele acties ondernomen.
  7. Waarom staan de twee niet gerealiseerde punten uit de voorjaarsnota 2016, vrije sector huurwoningen tijdelijk in gebruik te nemen als sociale huurwoningen en aanschaffen/realiseren van (tijdelijke) woonoplossingen in de kadernota 2017-2020?
    • Simpelweg omdat het nog steeds gebruikt kan worden om eventuele problemen op te kunnen lossen. Het krediet is namelijk aangevraagd voor het aankopen van woningen voor statushouders en jongeren.
    • Het budget voor deze maatregelen is niet gebruikt en er is ook nog geen nieuwe bestemming voor dit budget. Momenteel wordt een plan voorbereid om het resterende budget te besteden. Omdat dat daar nog geen besluitvorming over is geweest, blijven de oorspronkelijke maatregelen staan.

Gratis nieuwsbrief

Aanmelden of afmelden

De nieuwsbrief wordt dagelijks na 18.00 uur gemaild.
captcha