Wijk bij Duurstede, 12 april 2018. In december 2015 gaven burgemeester Poppens en toenmalig wethouder Burger  in een op verzoek van de gemeente gehouden persgesprek aan dat in februari 2016 bekend zou zijn hoeveel “tijdelijke woningen” er (in de drie kernen) gebouwd zouden worden en wat de gemeente dit zou gaan kosten.

Ambitie

In mei 2016, ruim twee maanden later dan voorzien, vertelde Burger over de voortgang om, al dan niet tijdelijk, meer sociale huisvesting te bouwen. De gemeente had voor 2016 de ambitie om honderd vergunninghouders (wettelijke opname verplichting per jaar was 60) van woonruimte te voorzien. Om die reden stelde het college voor extra huurwoningen te realiseren. De toestroom van vluchtelingen was een probleem en ook "gewone" woningzoekenden moesten geholpen worden. "We gaan voor een eenmalige investering in kleinschalige oplossingen en zorgen ervoor dat meerdere groepen onderdak krijgen", liet Burger toen weten. In de voorjaarsnota van 2016  en de kadernota 2017-2020 is te lezen dat uitbreiding van de sociale woningvoorraad geschiedt door:

  • vrije sector huurwoningen tijdelijk in gebruik te nemen als sociale huurwoningen;
  • aankopen van woningen voor een bepaalde periode en ze doorverhuren in het sociale huursegment;
  • aanschaffen/realiseren van (tijdelijke) woonoplossingen.

Maandag zijn er via de mail vragen gesteld aan de gemeente over bovengenoemde plannen om de sociale woningvoorraad te vergroten. Hieronder leest u de antwoorden van de gemeente.

Algemene opmerking door de gemeente

In 2016 en 2017 was er een piek in de taakstelling huisvesting vergunninghouders. De jaren daarvoor werden vergunninghouders gehuisvest in de bestaande voorraad. Omdat de aantallen in 2016 en 2017 dermate hoog waren en daarmee de druk op de wachtlijst onevenredig groot zou worden, heeft het college in mei 2016 een plan van aanpak (PvA) opgesteld om de sociale woningvoorraad tijdelijk uit te breiden. In dat PvA is uitgegaan van een aantal aannames voor het inschatten van het benodigde aantal woningen (taakstelling wordt namelijk uitgedrukt in aantallen personen, niet huishoudens). Daarbij is uitgegaan van gegevens zoals deze bekend waren in de jaren hiervoor. Omdat er veel alleenstaanden en stellen zijn gehuisvest afgelopen jaren, lag de gemiddelde huishoudensgrootte op 2,6 personen. In combinatie met een mogelijk extra inspanning die het college wilde doen bij een voortzetting van de hoge taakstelling, kwam het aantal benodigde woningen uit op circa 40. Het werkelijk aantal benodigde woningen is echter een stuk lager uitgevallen door:

  1. een zeer hoog gemiddeld aantal personen per huishouden (gezinnen van 5 – 9 personen) en
  2. een sterk teruglopende taakstelling als gevolg van de Turkijedeal. Tevens was het hierdoor niet nodig om meer personen op te nemen dan de taakstelling, zoals deze opgelegd is door het Rijk.

Vragen en antwoorden

  1. Hoeveel vrije sector huurwoningen in Wbd, Cothen en Langbroek (per kern) zijn er van 1 maart 2016 tot 1 januari 2018 in gebruik genomen als sociale huurwoning?
    • Dit is één van de maatregelen uit het plan van aanpak die niet is uitgevoerd, mede als gevolg van het lager aantal benodigde woningen. Er is gekozen om slechts enkele huizen over te nemen van Volksbelang (het huidige Viveste), waarbij het ook huizen betrof die volgens de nieuwe regels omtrent sociale woningbouw door de corporatie afgestoten/verkocht diende te worden.
  2. Hoeveel woningen zijn er van 1 maart 2016 tot 1 januari 2018 voor een bepaalde periode aangekocht en worden doorverhuurd in het sociale huursegment?
    • In totaal zijn er vijf woningen aangekocht door de gemeente die momenteel als sociale huurwoning worden verhuurd.
  3. Hoeveel geld is er uitgegeven voor de aankoop van de in vraag 2 genoemde woningen?
    • Met de aankoop van de vijf woningen is circa één miljoen euro gemoeid. Dit is inclusief aankoopkosten (taxatie, bouwkundige keuring, notariskosten, etc.) en verbouwingskosten. In het PvA werd uitgegaan van de aankoop van 10 woningen.
  4. Hoeveel tijdelijke woonoplossingen zijn er gerealiseerd van 1 maart 2016 tot 1 januari 2018?  
    • Dit is ook één van de maatregelen uit het plan van aanpak die niet is uitgevoerd, mede als gevolg van het lager aantal benodigde woningen. Deze woonoplossing is wel nog in beeld voor het creëren van woningen waarmee andere knelpunten eventueel mee kunnen worden aangepakt; voor jongeren en mensen die in het kader van zorg/urgentie een (tijdelijke) woonplek nodig hebben (flex-woningen). Voor beide zaken (woningen voor jongeren en woon-zorg) worden/zijn inmiddels onderzoeken uitgevoerd. Met woningbouwstichting Cothen doen we onderzoek naar kernbinding. En met WS Cothen en Viveste zijn we bezig met een groter onderzoek naar woonwensen van jongeren. Rondom zorg is er onderzoek gedaan door Atrivé. De resultaten van dit onderzoek zullen in een van de komende weken naar de raad gaan. Hiermee krijgen we een beter zicht op de totale woonbehoeften en kan het college kijken of er überhaupt nog extra geïnvesteerd moet worden en/of waarin dit dan nodig zou kunnen zijn. Hierbij onderzoeken we ook of er andere mogelijkheden zijn om de woningmarkt te stimuleren om meer sociale woningbouw (al dan niet tijdelijk) te bewerkstelligen.
  5. Waar zijn de tijdelijke woonoplossingen gerealiseerd (per kern)?
    • N.v.t., zie antwoord op de vorige vraag.
  6. Hoeveel geld is er beschikbaar voor het realiseren van tijdelijke woonoplossingen genoemd in de voorjaarsnota 2016 en de kadernota 2017 -2020?
    • Het realiseren van woningen is niet de kerntaak van de gemeente maar van commerciële ontwikkelaars en woningcorporaties. Dat de gemeente vijf woningen zelf heeft aangekocht had te maken met de grote nood om op zeer korte termijn woningen vrij te maken om aan onze wettelijke taak te kunnen voldoen, in combinatie met de woningcorporaties die financieel niet in staat waren woningen te realiseren. Van het totale krediet van 2,4 miljoen euro is circa 1 miljoen euro gebruikt voor de aanschaf van de vijf woningen. Er resteert nog circa 1,4 miljoen euro waarvoor op dit moment een plan wordt voorbereid om de realisatie van jongerenwoningen en het creëren van een zogenaamde flexibele schil een impuls te geven. Met een flexibele schil wordt een deel van de sociale woningvoorraad bedoeld die geschikt is voor tijdelijke huisvesting van mensen die door allerlei problemen/situaties (scheiding, familieruzie, schuldverlening, zorgproblemen, tijdelijke baan, wachten op familiehereniging) op korte termijn huisvesting nodig hebben.
  7. Hoeveel geld is er gebruikt voor het realiseren van de tijdelijke woonoplossingen genoemd in vraag 6?
    • Daar is nog geen geld aan uitgegeven.
  8. Mochten er geen tijdelijke woonoplossing zijn gerealiseerd van 1 maart 2016 tot 1 januari 2018. Waarom niet?
    • 1. Inzet was nodig voor huisvesting statushouders. Om de taakstelling zoals deze door het Rijk is vastgesteld te halen, was de aankoop van woningen voor deze groep de eerste prioriteit. Dit was al een extra opdracht boven de lopende ambtelijke takenpakket. Extra ruimte voor onderzoek naar andere woonbehoeften en oplossingen voor andere problemen was er simpelweg niet.
    • 2. Voor de andere oplossingen waren/zijn we als gemeente tevens afhankelijk van andere partijen. Met name de woningbouworganisaties waren ook bezig met andere projecten. Nu er weer tijd en ruimte is gekomen bij zowel de gemeente als bij Viveste en WS Cothen is de handschoen inmiddels verder opgepakt.
    • 3. Om te bekijken war er eventueel geld voor nodig was, is besloten eerst goed onderzoek te doen. Deze onderzoeken zijn net afgerond en/of lopen nog. Pas als de onderzoeken klaar zijn, zal bekeken worden of er überhaupt extra investeringen/bijdragen nodig zijn vanuit de gemeente.
  9. Met hoeveel is de wachttijd voor sociaal woningzoekenden verkort van 1 maart 2016 tot 1 januari 2018 door de uitbreiding (als geantwoord op vraag 1, 2 en 4) van de sociale woningvoorraad als genoemd in de voorjaarsnota 2016 en de kadernota 2017-2020?
    • Hierop is helaas geen eenduidig antwoord te geven. Ten eerste is het in zijn algemeenheid zo dat wanneer de druk op de bestaande voorraad toeneemt (i.c. omdat leegkomende woningen worden toegewezen aan personen die niet bij Woningnet zijn ingeschreven) de wachttijd voor de personen die wel bij Woningnet zijn ingeschreven zal toenemen. Met hoeveel maanden is niet te zeggen. De reden is dat veel personen staan ingeschreven bij Woningnet zonder dat ze een woning zoeken. Zij staan ingeschreven om wachttijd op te bouwen om later meer kans te maken op een woning. Ten tweede is de regelgeving rond sociale woningbouw de laatste jaren veranderd. Hierdoor is er in de hele regio al enige jaren minder geïnvesteerd in sociale woningbouw. Juist omdat Utrecht en omgeving een populaire woonbestemming is (met een snelgroeiende vraag), heeft dat de wachtlijsten de laatste jaren enkel doen groeien. Mede omdat er sprake is van en regionaal systeem voor huurwoningen (Woningnet) ontkomt Wijk bij Duurstede niet aan deze trend.

Meer achtergrondinformatie is te lezen in het dossier gerelateerde artikelen: Statushouders.

Gratis nieuwsbrief

Aanmelden of afmelden

De nieuwsbrief wordt dagelijks na 18.00 uur gemaild.
captcha