Plofkraak de Heul in relatie tot onderzoek cameratoezicht

Wijk bij Duurstede, 19 februari 2018. Op 30 januari stelde de VVD schriftelijke vragen over de plofkraak in de Heul in relatie tot stavaza onderzoek cameratoezicht die op 13 februari door burgemeester Poppens werden beantwoord en sinds 16 februari zijn te lezen op de website van de gemeente.

  1. Beseft het college van Burgemeester & Wethouders hoeveel impact deze delicten hebben op de Wijkse samenleving?
    • Antwoord: Het college is zich uiteraard zeer bewust van de forse schade en grote impact van de plofkraak op de ondernemers en de omgeving. Meerdere leden van het college zijn dan ook ter plaatse geweest en hebben gesproken met getroffen winkeliers en omwonenden. Daar waar mogelijk is door de gemeente medewerking verleend om de situatie zo snel als mogelijk te normaliseren en het winkelcentrum weer toegankelijk te maken.
  2. Is het college het met de VVD eens dat indien er reeds cameratoezicht was ingesteld, deze plofkraak wellicht vanwege de preventieve werking van cameratoezicht voorkomen had kunnen worden en/of bij had kunnen dragen aan het opsporen van de daders van deze zware vorm van criminaliteit?
    • Antwoord: Het college deelt de opvatting niet, bij de plofkraak in Wijk bij Duurstede was de politie binnen één minuut ter plaatse. Voor het delict plofkraken hebben camera’s geen afschrikwerkende werking. Dit wordt bevestigd door de Officier van Justitie, de beveiligingsafdeling van de ING en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (Min. van J&V). Daders van plofkraken bereiden zich goed voor en houden rekening met de aanwezigheid van camera’s. Daarom zijn ze onherkenbaar en maken ze gebruik van gestolen voertuigen en kentekenplaten. Voor opsporing blijken vergelijkbare redeneringen te gelden. Het is lastig een signalement van de daders op te maken wanneer deze niet tot nauwelijks herkenbaar zijn. Camera’s kunnen in dit geval slechts een bijdrage leveren aan gebruikte vluchtroute en een (vaag) signalement voor opsporing. Om bovenstaande redenen levert cameratoezicht niet het gewenste effect op in het voorkomen van plofkraken.
  3. Waarom is er nog geen verdere voortgang/besluitvorming in het dossier van cameratoezicht?
    • Antwoord: Op dit dossier is wel degelijk voortgang geboekt. In september 2017 bent u bij de beantwoording van raadsvragen (2017-38) geïnformeerd dat gekeken is in hoeverre cameratoezicht proportioneel is en een daadwerkelijke bijdrage levert aan de aanpak van mobiel banditisme. Er moet onderscheid gemaakt worden in de verschillende vormen van cameratoezicht: publiek cameratoezicht, cameratoezicht in kader van opsporing en privaat cameratoezicht. Publiek cameratoezicht is gebaseerd op artikel 151c Gemeentewet en wordt door de gemeente (tijdelijk) in de ope beargumenteren of cameratoezicht proportioneel en subsidiair is. Hiervoor is een onderbouwing nodig op basis van incidenten, capaciteit, investering en (maatschappelijke) noodzaak. Uit diverse evaluaties is gebleken dat publiek cameratoezicht effectief is wanneer deze live uitgekeken wordt en er sprake is van snelle opvolging na een geregistreerd incident. Gelet op de huidige problematiek past deze vorm van cameratoezicht momenteel niet in onze gemeente. Cameratoezicht in het kader van opsporing valt onder artikel 3 politiewet en is daarmee het domein van het Openbaar Ministerie. Een voorbeeld van deze vorm van cameratoezicht zijn de ANPR-camera’s. Een ANPR-camera registreert kentekens en is direct gekoppeld aan de database van de politie waarin de gestolen voertuigen, verdachte voertuigen en gestolen kentekenplaten geregistreerd staan. In september 2017 bent u dan ook geïnformeerd dat deze vorm van cameratoezicht het beste aansluit bij de aanpak van mobiel banditisme. Om die reden zet de politie meerdere keren per maand surveillances in met enkele (onopvallende) politievoertuigen, uitgerust met een ANPR camera. Bij deze surveillances in het gebied Wijk bij Duurstede / Utrechtse Heuvelrug worden kentekens van passerende voertuigen preventief gescand. Momenteel overweegt een aantal een paar vaste ANPR camera’s te plaatsen. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid in gesprek met de Brabantse gemeenten die het voornemen hebben om diverse vaste ANPR-camera’s te plaatsen. Het is namelijk niet toegestaan dat ANPR camera’s (Politiewet) worden gebruikt als een vorm van publiek cameratoezicht (Gemeentewet). Publiek cameratoezicht mag niet het doel van het opsporen van strafbare feiten hebben. Tot slot is privaat cameratoezicht mogelijk waarbij banken en winkeliers camera’s aan de gevel installeren met als doel het beschermen van eigendommen, klanten en medewerkers. Gebouweigenaren met een geldautomaat ontvangen hiervoor een vergoeding van de bank. Deze vergoeding biedt ruimte aan de gebouweigenaren om zelf beveiligingsmaatregelen te nemen zoals het plaatsen van camera’s. De beelden die deze camera registreren bij een misdrijf mogen gevorderd worden door de politie voor opsporing. Bij de plofkraak in de Heul zijn dan ook duidelijke kleurenbeelden beschikbaar van de daders en het incident. Ook dan blijft het signalement echter vaag.
  4. Wanneer denkt het college tot besluitvorming te komen m.b.t. het inzetten van cameratoezicht?
    • Antwoord: Het college staat positief tegenover cameratoezicht. Cameratoezicht is een ingrijpend en kostbaar middel, daarom is het college van mening dat het op een zodanige wijze ingezet moet worden dat het daadwerkelijk bijdraagt aan de aanpak van het probleem. Om die reden is gekozen voor onopvallende (nachtelijke) surveillances van politievoertuigen met ANPR-camera’s.
  5. Welke andere maatregelen gaan er door het college met partners genomen worden om het uiterste te doen om een volgende plofkraak te voorkomen?
  6. Is het college bereid de raad op de hoogte te houden van de voortgang omtrent te nemen maatregelen tegen deze vormen van zware criminaliteit?
    • Antwoord op vraag 5 en 6: Bij deze vorm van zware criminaliteit ligt het zwaartepunt in de aanpak bovenlokaal. Er wordt landelijk veel gedaan om plofkraken te bestrijden en te voorkomen. De Nederlandse Vereniging van Banken participeert in de landelijke taskforce overvallen. De drie Nederlandse grootbanken willen hun pinautomaten onder brengen binnen een gezamenlijk netwerk van automaten dat wordt beheerd door een afzonderlijk bedrijf om zo de veiligheid te vergroten. Dat criminelen steeds zwaardere explosieven gebruiken om de geldautomaten op te blazen, heeft te maken met betere beveiliging. Door het toenemend geweld hebben banken in de afgelopen periode ook veel zichtbare en onzichtbare maatregelen genomen. De politie, het OM, de banken en winkels werken nauw samen om het de krakers zo moeilijk mogelijk te maken. De politie probeert ook zoveel mogelijk verbanden te vinden tussen verschillende plofkraken, zodat duidelijk wordt of verdachten bij meerdere zaken betrokken zijn geweest. Daders van plofkraken worden zwaar gestraft omdat de risico’s van de plofkraken voor de omgeving worden meegenomen in de strafmaat.

Gratis nieuwsbrief

Aanmelden of afmelden

De nieuwsbrief wordt dagelijks na 18.00 uur gemaild.
captcha